Wanneer interpretaties een eigen werkelijkheid gaan vormen

Deel

Over de rol van instituties in het stabiliseren van narratieven

In de voorgaande essays van deze reeks kwamen verschillende verschijnselen aan de orde die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken lijken te hebben. De zeldzaamheid van goede vragen. De opkomst van narratieven. De verleiding van eenvoudige verklaringen. Het groeiende gewicht van systemen en bestuurlijke modellen.

Toch hebben deze onderwerpen een gemeenschappelijke achtergrond. Zij raken allemaal aan een subtiele maar belangrijke verschuiving in de manier waarop moderne samenlevingen zich tot de werkelijkheid verhouden.

Die verschuiving bestaat hierin dat interpretaties steeds vaker een eigen leven gaan leiden.

In iedere samenleving zijn interpretaties onvermijdelijk. Mensen begrijpen de wereld via begrippen, modellen en verhalen. Zonder zulke interpretatiekaders zou het onmogelijk zijn om orde te brengen in de complexiteit van gebeurtenissen. Maar interpretaties vervullen hun rol alleen zolang zij in zekere zin verbonden blijven met de werkelijkheid waarop zij betrekking hebben.

Wanneer die verbinding verzwakt, ontstaat een andere situatie.

Dan kunnen interpretatiekaders zich ontwikkelen tot zelfstandige systemen van betekenis. Nieuwe gebeurtenissen worden dan niet zozeer onderzocht, maar ingepast in bestaande verklaringsmodellen. Het verhaal staat dan al vast voordat de werkelijkheid volledig is waargenomen.

Op dat moment ontstaat een merkwaardige spanning. Aan de ene kant blijft de werkelijkheid zelf weerbarstig en complex. Aan de andere kant worden de verklaringen steeds eenvoudiger, zekerder en vaak ook dringender van toon.

Misschien verklaart dat waarom het publieke debat in veel landen een steeds scherper karakter krijgt. Wanneer interpretaties zich losmaken van de werkelijkheid, wordt meningsverschil al snel ervaren als een bedreiging voor het interpretatiekader zelf.

Tot zover zou men dit kunnen beschrijven als een cognitief of cultureel probleem. Mensen hebben nu eenmaal de neiging om betekenisvolle verhalen te construeren. Maar in moderne samenlevingen speelt nog een tweede factor een belangrijke rol: de rol van instituties in het stabiliseren van bepaalde interpretaties.

Rond complexe maatschappelijke vraagstukken – bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, milieu of veiligheid – zijn doorgaans drie instituties nauw met elkaar verbonden: wetenschap, overheid en media.

Wetenschap probeert verschijnselen te begrijpen door middel van modellen, hypothesen en statistische analyse. Dat is een krachtige manier om patronen zichtbaar te maken in complexe gegevens. Tegelijkertijd blijft iedere wetenschappelijke beschrijving in zekere zin een vereenvoudiging van een werkelijkheid die altijd rijker en veelzijdiger is dan het model dat haar probeert te beschrijven.

Overheden staan voor een andere uitdaging. Zij moeten beslissingen nemen en beleid voeren, vaak onder omstandigheden van onzekerheid. Dat vereist duidelijke kaders en werkbare interpretaties. Ambiguïteit is bestuurlijk moeilijk hanteerbaar. Daarom krijgen bepaalde wetenschappelijke interpretaties soms een bijzondere status: zij worden het referentiepunt voor beleid en regelgeving.

Journalistiek tenslotte heeft weer een andere taak. Media vertalen complexe kennis naar verhalen die voor een breed publiek begrijpelijk zijn. Gebeurtenissen worden in een narratieve structuur geplaatst: er is een probleem, een oorzaak en een mogelijke oplossing.

Wanneer deze drie domeinen elkaar versterken, kan een situatie ontstaan waarin één interpretatiekader geleidelijk dominant wordt. In de sociologie van kennis is beschreven hoe zulke processen kunnen leiden tot wat wel “closure” wordt genoemd: een moment waarop een bepaalde interpretatie zo sterk institutioneel verankerd raakt dat alternatieve perspectieven steeds moeilijker hoorbaar worden.

Het is belangrijk om te benadrukken dat zo’n proces niet noodzakelijk het resultaat is van kwade wil of bewuste manipulatie. Veel vaker ontstaat het doordat verschillende instituties elk hun eigen logica volgen.

Wetenschap zoekt naar verklarende modellen.
Overheid zoekt naar bestuurbare kaders.
Media zoeken naar begrijpelijke verhalen.

Maar juist doordat deze drie logica’s elkaar kunnen versterken, kan een interpretatiekader een stabiliteit krijgen die verder reikt dan de empirische basis waarop het oorspronkelijk was gebouwd.

Sociologen van wetenschap hebben dit proces beschreven als een vorm van “co-production”: kennis over de werkelijkheid en maatschappelijke ordening ontwikkelen zich gelijktijdig en beïnvloeden elkaar wederzijds. Wetenschappelijke modellen, beleidskeuzes en publieke narratieven vormen samen een gedeeld beeld van wat er gaande is.

Wanneer zo’n beeld eenmaal breed geaccepteerd raakt, wordt het steeds moeilijker om nog onderscheid te maken tussen de werkelijkheid zelf en de interpretatie die ervan wordt gegeven.

Dat is precies het moment waarop de kunst van het onderscheiden opnieuw van groot belang wordt.

Onderscheiden betekent in dit verband niet alleen het wegen van argumenten, maar ook het vermogen om interpretaties weer te verbinden met de werkelijkheid waarop zij betrekking hebben. Dat vraagt om aandacht voor context, voor proportie en voor de mogelijkheid dat een overtuigend verhaal niet noodzakelijk hetzelfde is als een juiste beschrijving.

Misschien ligt daar een van de minder zichtbare uitdagingen van onze tijd. Niet zozeer in het ontbreken van kennis, maar in het vermogen om interpretatiekaders open te houden zolang de werkelijkheid zelf nog niet volledig is begrepen.

Want zodra interpretaties een eigen werkelijkheid gaan vormen, wordt het steeds moeilijker om de werkelijkheid zelf nog te zien.

Lees meer