De nieuwe hermeneutiek: tussen trouw en aanpassing - 2

Deel

Een reeks overdenkingen over Hermeneutiek

In recente beschouwingen heeft Loonstra de vinger gelegd bij een spanning die velen zullen herkennen. Er zijn situaties waarin een ogenschijnlijk heldere lezing van de Schrift wringt met de werkelijkheid waarin mensen leven. Niet aan de randen van het bestaan, maar juist daar waar het leven kwetsbaar en complex wordt.

Hij schetst een situatie die moeilijk te negeren is: een huwelijk waarin angst, vernedering en geweld een plaats hebben gekregen. De woorden van Jezus over het huwelijk lijken daar niet eenvoudig op aan te sluiten. Wat God verbonden heeft, mag een mens niet scheiden — maar wat als dat wat verbonden is, zich in de werkelijkheid toont als een plaats van gebrokenheid en onveiligheid?

De spanning die hier ontstaat, is niet theoretisch. Zij raakt aan het geweten, aan het mededogen, aan het besef dat recht en barmhartigheid niet los van elkaar gedacht kunnen worden. Loonstra geeft aan deze spanning woorden en doet daarmee iets belangrijks: hij neemt de werkelijkheid serieus.

Dat verdient erkenning. Want elke vorm van verstaan die geen rekening houdt met de concrete werkelijkheid van mensen, dreigt hard en onbarmhartig te worden. De Schrift is immers niet gegeven in een vacuüm, maar spreekt in en tot het leven zoals het zich daadwerkelijk aandient.

Tegelijk ontstaat hier een tweede vraag, die minder expliciet wordt gesteld, maar des te belangrijker is. Wanneer de werkelijkheid zo indringend spreekt, welke rol speelt zij dan in het verstaan van de tekst? Is zij een context waarin de tekst wordt toegepast, of wordt zij ook een factor die mede bepaalt wat de tekst betekent?

Hier tekent zich een verschuiving af die kenmerkend is voor wat vaak de ‘nieuwe hermeneutiek’ wordt genoemd. Niet langer wordt betekenis uitsluitend gezocht in de tekst zelf en haar oorspronkelijke context, maar ook in de wisselwerking met de situatie waarin de lezer zich bevindt. Er ontstaat een dynamiek waarin tekst en ervaring elkaar wederzijds beïnvloeden.

Dat heeft iets overtuigends. Want wie eerlijk kijkt, zal moeten erkennen dat geen enkele lezing plaatsvindt zonder betrokkenheid van de lezer. Wij brengen altijd iets mee: onze geschiedenis, onze gevoeligheden, onze morele intuïties. Die spelen een rol, of wij dat nu willen of niet.

Maar juist hier ligt ook een spanning besloten.

Want als ervaring een rol speelt in het verstaan, hoe voorkomen we dan dat zij uiteindelijk de doorslag geeft? Wanneer een tekst schuurt met wat wij als onaanvaardbaar ervaren, ligt het voor de hand om die tekst anders te gaan lezen. Niet per se om haar te verwerpen, maar om haar zo te interpreteren dat zij beter aansluit bij wat wij als goed en rechtvaardig zien.

De intentie daarvan is vaak zuiver. Zij komt voort uit een verlangen om recht te doen aan mensen, om onrecht niet te legitimeren, om de Schrift niet te laten spreken op een manier die het leven beschadigt. In die zin is zij te begrijpen, en misschien zelfs onvermijdelijk.

Maar tegelijk rijst de vraag of hier niet ongemerkt iets verschuift.

Want wie bepaalt uiteindelijk wat doorslaggevend is? De tekst — of onze lezing ervan? Dat wat gegeven is — of dat wat wij als moreel aanvaardbaar kunnen dragen?

Wanneer die vraag niet expliciet wordt gesteld, kan het gebeuren dat de balans langzaam verschuift. Niet abrupt, maar stap voor stap. Wat begint als een poging om recht te doen aan de werkelijkheid, kan uitlopen op een situatie waarin de werkelijkheid zelf normerend wordt voor het verstaan.

Daarmee verandert ook de aard van het gezag. De Schrift blijft wel aanwezig, maar haar betekenis wordt in toenemende mate bepaald binnen het kader van wat wij als plausibel, rechtvaardig of wenselijk ervaren.

Dat is geen beschuldiging, maar een constatering van een risico dat inherent is aan deze benadering.

De vraag is daarom niet of ervaring een rol speelt — dat doet zij onvermijdelijk — maar hoe zij zich verhoudt tot de tekst. Is zij een stem die ons helpt beter te verstaan wat er staat, of wordt zij een criterium dat bepaalt wat er kan staan?

In die vraag ligt het kantelpunt besloten.

Loonstra heeft met zijn analyse een reële en dringende spanning zichtbaar gemaakt. Maar daarmee is de vraag naar de weg die wij vervolgens gaan, nog niet beantwoord. Want het erkennen van spanning is één ding — het bepalen van haar betekenis is iets anders.

Misschien vraagt deze spanning niet in de eerste plaats om een correctie van de tekst, maar om een dieper verstaan van wat zij werkelijk zegt — en van wat zich in de werkelijkheid aandient.

Daarmee komen we op een punt waarop de vraag naar hermeneutiek zelf opnieuw gesteld moet worden. Niet alleen hoe wij lezen, maar wat het betekent om te verstaan.

Die vraag zal in het vervolg centraal staan.

Lees meer