Wanneer systemen groter worden dan de mens

Deel

Een gesprek met Ivan Illich

Soms helpt een denker uit een eerdere generatie om een verschijnsel van onze eigen tijd scherper te zien.

In de jaren zestig en zeventig waarschuwde de Oostenrijks-Mexicaanse denker Ivan Illich voor een ontwikkeling die in onze tijd steeds zichtbaarder wordt: systemen die oorspronkelijk bedoeld waren om het leven van mensen te dienen, groeien uit tot structuren die de menselijke maat overschrijden.

Illich was geen technofobe cultuurcriticus. Hij zag juist scherp hoe menselijke creativiteit voortdurend nieuwe instrumenten voortbrengt om het leven te verbeteren. Zijn zorg lag ergens anders. Hij vroeg zich af wat er gebeurt wanneer systemen zo groot en zo complex worden dat zij niet langer door mensen zelf kunnen worden overzien.

Op dat punt ontstaat volgens hem een paradox.

Een systeem dat bedoeld was om het leven te vergemakkelijken, kan uiteindelijk het tegenovergestelde effect krijgen. Het wordt zo omvangrijk en zo gespecialiseerd dat de mens er afhankelijk van wordt. Wat ooit een hulpmiddel was, verandert dan geleidelijk in een structuur die het handelen van mensen bepaalt.

Illich noemde dat verschijnsel contraproductiviteit.

Een instituut kan het tegenovergestelde gaan voortbrengen van wat het oorspronkelijk beoogde. Onderwijs kan leren belemmeren wanneer het onderwijsapparaat belangrijker wordt dan het leren zelf. Gezondheidszorg kan afhankelijkheid vergroten wanneer het medische systeem de verantwoordelijkheid voor gezondheid volledig overneemt. Transport kan mobiliteit verminderen wanneer infrastructuren zo groot worden dat zij het dagelijks leven gaan domineren.

Zijn punt was niet dat instituties overbodig zijn, maar dat zij een grens kennen.

Wanneer systemen groter worden dan de menselijke maat, ontstaat er een breuk tussen de structuur van het systeem en de ervaring van de mens die erin leeft. De werkelijkheid wordt dan steeds minder iets dat mensen zelf direct kunnen waarnemen en begrijpen. Zij verschijnt steeds vaker via abstracte structuren, procedures en modellen.

Illich werkte deze gedachte onder meer uit in zijn boek Grenzen aan de geneeskunde. Daarin beschrijft hij hoe een medisch systeem dat oorspronkelijk bedoeld was om ziekte te bestrijden uiteindelijk ook nieuwe vormen van afhankelijkheid kan voortbrengen. Naarmate medische instituties groter en invloedrijker worden, kan het vermogen van mensen om zelf met kwetsbaarheid, ziekte en sterven om te gaan geleidelijk afnemen. Wat ooit een hulpmiddel was, dreigt dan de plaats in te nemen van menselijke ervaring zelf.

Die observatie is verrassend actueel.

De moderne mens leeft in een wereld waarin vrijwel elk domein van het leven wordt georganiseerd door systemen van grote schaal. Economie, wetenschap, politiek en technologie functioneren via structuren die zich over continenten uitstrekken. De werkelijkheid waarbinnen wij leven is daardoor niet alleen complexer geworden, maar ook abstracter.

Veel gebeurtenissen bereiken ons niet meer via directe ervaring, maar via informatiestromen.

Nieuws, analyses en beelden uit de hele wereld verschijnen voortdurend op schermen die wij dagelijks raadplegen. Oorlogen, politieke conflicten en maatschappelijke spanningen elders op de aarde maken daardoor deel uit van onze mentale leefwereld, ook wanneer zij zich duizenden kilometers verderop afspelen.

De schaal van de werkelijkheid die ons bereikt is mondiaal geworden.

Maar de menselijke ervaring blijft in belangrijke mate gebonden aan een veel kleinere horizon: het dagelijks leven, de directe omgeving, de mensen met wie wij werkelijk leven en spreken. Daar ligt een spanning die steeds duidelijker voelbaar wordt.

De werkelijkheid die ons wordt gepresenteerd is groter dan de werkelijkheid die wij daadwerkelijk kunnen overzien.

Misschien verklaart dat mede waarom eenvoudige verklaringen zo aantrekkelijk blijven. Wanneer gebeurtenissen zich afspelen op een schaal die voor de individuele mens nauwelijks te bevatten is, groeit de behoefte aan verhalen die die complexiteit terugbrengen tot iets dat overzichtelijk lijkt.

Een oorzaak, een mechanisme, een verklaring die de gebeurtenissen begrijpelijk maakt.

Maar precies daar kan de werkelijkheid opnieuw uit zicht raken.

In een later werk, Man/Vrouw – geslacht en sekse, onderzoekt Illich een verwant verschijnsel. Hij laat zien hoe moderne samenlevingen concrete menselijke verhoudingen steeds vaker vervangen door abstracte categorieën. Wat ooit een geleefde werkelijkheid was, wordt dan een systeem van definities en classificaties. Ook hier keert hetzelfde motief terug: wanneer structuren los raken van de werkelijkheid waarin mensen leven, kan het vermogen om die werkelijkheid werkelijk te verstaan geleidelijk verdwijnen.

Daarmee raakt Illich aan een vraag die ook in onze tijd steeds urgenter wordt.

Niet alleen hoe systemen efficiënter kunnen worden georganiseerd, maar ook of zij nog binnen een schaal blijven die de menselijke ervaring kan dragen.

Hij gebruikte daarvoor een begrip dat in onze tijd bijna vergeten lijkt: convivialiteit.

Daarmee bedoelde hij een vorm van technologie en organisatie die de menselijke autonomie versterkt in plaats van haar te vervangen. Instrumenten die mensen in staat stellen om zelf te handelen, samen te werken en hun werkelijkheid te begrijpen, zonder dat zij volledig afhankelijk worden van grote systemen.

Het is een opmerkelijk eenvoudige gedachte.

Technologie en instituties zouden niet alleen moeten worden beoordeeld op hun efficiëntie, maar ook op de vraag of zij de werkelijkheid voor mensen toegankelijker maken.

Of zij de wereld dichterbij brengen.

Of juist verder weg.

Misschien ligt precies daar een vraag die onze tijd opnieuw moet leren stellen. Niet alleen hoe groot systemen kunnen worden, maar ook of zij nog binnen de maat blijven die nodig is om de werkelijkheid werkelijk te kunnen begrijpen.

Want uiteindelijk begint inzicht niet bij systemen.

Het begint bij de mens die aandachtig naar de werkelijkheid kijkt.

Lees meer